terug naar de inhoudsopgave

 

 

een kalme stroom

je leven werd een kabbelende stroom
die kalm meandert tussen zomerkaden
de schepen ogen traag en zwaar beladen
doch voeren slechts een achterhaalde droom

wat futen drijven slaperig en loom
een rietkraag lispelt treurig een ballade
de avondzon belicht met veel genade
de knekels van een jonggestorven boom

je houdt de bedding keurig in bedwang
het wassend water zal geen mens verrassen
je hebt geleerd je golven aan te passen
van verre oevers klinkt een zwanenzang