|
stiltecoupéhet is onwennig stil in de coupéeen knappe vrouw heeft naast me plaatsgenomen ik zwijg, dat spreekt voor zich, m’n bloed gaat stromen de trein vertrekt bedaard uit Enschede hoe maak ik nou contact met deze fee zo weggelopen uit mijn stoutste dromen mijn tong kan ik met moeite slechts betomen dan moet zij niezen en ik roep: SANTÉ ! ik word gedood door dertig boze blikken ook zij kijkt mij niet echt met passie aan ik voel de kou, het ijs zal niet gaan breken ik wil hier weg, ik hoor horloges tikken onhandig ga ik op haar tenen staan ze zegt geen woord, maar laat haar ogen spreken terug naar de inhoudsopgave
|