| een Rotterdammer
in Heerenveen
een vreemder taaltje heeft geen
mens gehoord
ze springen over sloten en ze kaatsen
de westerlingen zien zij als melaatsen
ze hebben Bonifacius vermoord
de raarste namen geven zij aan
plaatsen
(tenzij een naam als Ljouwert u bekoort)
ze lopen over straten op hun schaatsen
en erger nog: ze planten zich ook voort
o laat ze nooit ontsnappen uit
hun oord
die zwijgzamen en immer tegendraadsen
dus bouw om heel dat land van ondermaatsen
een afsluitdijk, of muur (maar zonder poort)
nog nooit had ik mij aan een
Fries gestoord
maar toen won Heerenveen van Feyenoord
terug
naar de inhoudsopgave |