| dan
liever 50
m'n spiegelbeeld is
gul met rake klappen:
haren groeien niet meer overdadig
rimpels in 't gelaat zijn ruim voorradig
de broekriem heeft het punt bereikt van knappen
waar is nou die
godenzoon gebleven
de tand des tijds blijft onvermurwbaar slopen
en zal mij weldra tot een knieval nopen
toch heb ik de moed niet opgegeven
er dagen mooie
feeën tijdens t slapen
verjongen is hun wonderschone baan
ze toveren de grijsaards weer tot knapen
het wezen in de
spiegel oogt luguber
een puisterige slungel gaapt me aan
oh nee
ik ben veranderd in een puber
|