de dichter als puber

terug naar de inhoudsopgave

 

dan liever 50

m'n spiegelbeeld is gul met rake klappen:
haren groeien niet meer overdadig
rimpels in 't gelaat zijn ruim voorradig
de broekriem heeft het punt bereikt van knappen

waar is nou die godenzoon gebleven
de tand des tijds blijft onvermurwbaar slopen
en zal mij weldra tot een knieval nopen
toch heb ik de moed niet opgegeven

er dagen mooie feeën tijdens ‘t slapen
verjongen is hun wonderschone baan
ze toveren de grijsaards weer tot knapen

het wezen in de spiegel oogt luguber
een puisterige slungel gaapt me aan
oh nee… ik ben veranderd in een puber