|
een droevig lot
een laagje schijn
bedekt de ware aard
het broze vlies van scholing en manieren
waar onderhuids verlangens welig tieren
toont hij zich vaak zo keurig en bedaard
het zijn de schimmen
die zijn lijf bewonen
alleen hun klauwen draaien aan het roer
lak aan de duivel en zn malle moer
een man is weerloos slaaf van zijn hormonen
hij zoekt de prooi
als in vervlogen jaren
al draagt hij nu een maatpak en een das
de man is toch gebleven wat hij was:
een jagend beest
en altijd moet hij paren |